Ricky Bonaire is een van die obscure persoonlijkheden in de muziekindustrie waarvan niemand precies weet waar hij allemaal is geweest, met wie hij heeft samengespeeld en waar zijn reputatie als virtuoos gitarist eigenlijk vandaan komt. Vraag het aan tien mensen en je krijgt elf verschillende antwoorden.

Volgens sommigen heeft hij uitsluitend gespeeld in bands waarvan je nog nooit hebt gehoord. Volgens anderen was hij bijna lid van een band waarvan tegenwoordig iedereen de naam kent. Zo gaat het verhaal dat hij zijn grote doorbraak miste omdat hij zich had verslapen in een hotelkamer waarvan hij zich tot op de dag van vandaag de locatie niet meer kan herinneren.

“Het duurste hotel uit mijn carrière,” zegt hij daar zelf nog steeds over.

Wat we wél zeker weten, is dat Ricky (Van Haze) Bonaire op donderdag 28 april 1984 werd geboren op 13 Lisburn Street in Waikawa 9874, Nieuw-Zeeland. Zijn Nederlandse vader, oud-onderofficier bij de Koninklijke Marine, en zijn Nieuw-Zeelandse moeder runden daar een “sheep station” en produceerden de wereldwijd gewaardeerde merinowol. Zijn ouders hadden elkaar in 1982 ontmoet toen zijn vader met het fregat Hr.Ms. Bloys van Treslong (Kortenaer-klasse, F824) tijdens een uitzending lag aangemeerd bij Devonport Naval Base.

Over zijn vroege jeugd op de schapenboerderij zegt Ricky zelf:

“De saaiheid van mijn bestaan was daar van onbeschrijfelijke wereldklasse, maar juist in die eindeloze verveling deed ik mijn meest opwindende ontdekking: met snaren van merinowol en een leeg blik bouw je een prima gitaar.”

Later zou blijken hoe levensveranderend deze uitvinding zou zijn.

Ricky Bonaire in een hotelkamer
Ricky Bonaire als kind met gitaar

Na de scheiding van zijn ouders in 1988 begon voor Ricky een periode van omzwervingen met zijn bluesfanatieke vader. Enkele jaren later, op achtjarige leeftijd, bracht deze hem via New York naar Clarksdale, Memphis en Indianola, om uiteindelijk terecht te komen in Pasadena en Los Angeles.

Zijn vader verdiende de kost met meer of minder goed betaalde baantjes in en rondom de lokale music venues. Het was een onzeker en soms hard bestaan, maar in alles zoveel sensationeler dan het leven op de Nieuw-Zeelandse sheep station. Later zou blijken hoe bepalend deze jaren waren voor de jonge Ricky. Daar maakte hij kennis met de geur van oude kroegen, de verhalen van muzikanten, het eeuwige tekort aan geld en vooral met de muziek die hem nooit meer los zou laten.

Ook het gemis van zijn in Nieuw-Zeeland achtergebleven moeder liet diepe sporen na. Haar vliegangst weerhield haar ervan het eiland te verlaten. Pas toen Ricky begin twintig was, zouden moeder en zoon elkaar weer terugzien.

Het was een bestaan zonder vaste grond onder de voeten: wanordelijk, ongeworteld en vol onzekerheden.

De latere, noodgedwongen terugkeer naar het geordende Nederland in 1994 kon daar niets meer aan veranderen. De jaren onderweg bleven zichtbaar in zijn kledingstijl, zijn wilde haardracht en vooral in zijn eigenzinnige gitaarspel, dat hij zich als autodidact volledig eigen had gemaakt.

Daarin hoor je zijn levensverhaal terug: onvoorspelbaar, een beetje gevaarlijk en altijd met een paar noten die er eigenlijk niet horen te zijn, maar die hij op de een of andere manier toch laat werken. Het schijnt verfijnd te horen te zijn op de demo's van zijn langverwachte album The Land of the Long White Cloud. Onder de werktitel Aotearoa wordt daar momenteel de laatste hand aan gelegd. Naar verluidt moet het album eind 2027 verschijnen.

Ricky Bonaire is geen “man with a plan”. Zijn karakter en levensloop laten dat eenvoudigweg niet toe. Toch is er, telkens als het licht dooft, de versterkers beginnen te brommen en Ricky zijn eerste akkoord aanslaat, geen gebrek aan richting. In zijn spel ontstaat de logica die zijn leven zo vaak ontbeerde. Daar komen talent, karakter en een bewogen levensloop samen. Het is zijn muzikale ordening van de chaos die het publiek avond na avond meevoert naar een beleving die meestal interessanter eindigt dan gepland.

Iedereen wordt dan even groter dan het leven zelf. Jan en alleman voelt zich even Ricky. Ondanks alle mislukkingen, ellende en stuurloosheid.

En vraag je hem of hij ergens spijt van heeft, dan krijg je meestal hetzelfde antwoord.

“Nog niet.”

← Our Rockstars